Nourlangie Rock

Kakadu National Park

Na het opruimen van ons privé-kampeerterrein in Litchfield, komen we twee Tassies tegen die net van Kakadu National Park komen, onze bestemming voor vandaag. Van hen krijgen we twee toegangstickets cadeau voor het park. Goed begonnen is, eeuh, goed begonnen, quoi.
Dat Australische vriendelijkheid niet zeldzaam is, ondervinden we opnieuw aan de Strauss Air Strip waar we bijtanken voor wat water. De verkoper mag ons geen halve watermeloen verkopen – “it’s the law” – maar we krijgen gewoon een stuk cadeau van een vreemd madamtje. Ze geeft ons nog twee cakejes extra. Ze woont nu in Northern Territory (de staat van o.a. Darwin en Alice Springs), maar is oorspronkelijk van rond Cairns. We krijgen er een hoop tips voor die streek bovenop. Het lijkt te kloppen, wat in onze Lonely Planet staat, dat NT een staat is vol inwijkelingen van elders in Australië waar niet naar je verleden gevraagd wordt. Bijna elke local die we leerden kennen komt oorspronkelijk van een ander deel.

De weg naar Kakadu National Park is behoorlijk lang. Onze wagen drinkt diesel bij de vleet, dus beperken we onze snelheid tot 90 km/u. We merken dat de versnellingspook en -bak bij snelheden boven de 50 warm wordt (ik schat 60 graden) en besluiten eens na te vragen of dat een probleem vormt. Voor de rest is de auto perfect, het is zalig om met je hele hebben en houden de baan op te trekken en niet gebonden te zijn aan een vaste plek.

De Arnhem Highway brengt ons eerst voorbij het caravan park waar de Mary River cruises vertrekken. Een cruise hier is ons al aangeraden door twee verschillende mensen, dus hebben we daar onze zinnen opgezet. Omdat de cruises later op de dag nog vertrekken op uren die ons niet liggen, besluiten we het voor later te houden en rijden we Kakadu park binnen. We slaan af aan een 4WD track die naar zee leidt. Als je de track 81 km volgt kom je aan Waldak Irrmbal, de enige plek in Kakadu waar je tot aan zee geraakt. Hier vind je de hoogste concentratie aan zoutwaterkrokodillen boven de 4m, Estuarines (de gevaarlijkste krokodillen op aarde), ter wereld.
We rijden echter zover niet en kamperen al bij de eerste poel onderweg, Two Mile Hole. Veel water, maar in tegenstelling tot Litchfield geen waterparadijs, want niet veilig om er te zwemmen. Het is vrij vroeg op de avond, maar kunnen toch nergens meer heen, alle bezienswaardigheden liggen hier op erg grote afstanden van elkaar. Kakadu is het grootste nationaal park van het land, en in oppervlakte waarschijnlijk groter dan België. Je hebt er enorme bossen, watervlaktes, moerassen, e.d. De plaatsen waar je iets kan bezoeken liggen verspreid en elk op minstens 40 kilometer van elkaar verwijderd. Dat maakt het niet makkelijk om het park te bezoeken en snel te appreciëren. Maar die enorme uitgestrektheid geeft wel een enorme rijkdom; nergens in Australië vind je meer soorten vissen en vogels dan hier.
Er komen ook zo goed als meteen 4 nieuwsgierige wallabies aan onze campsite snuffelen. We zagen ze al in het dierenpark van Singapore, maar ze sierlijk door het bos zien huppelen is toch een pak mooier.

De volgende dag, zowaar de 20e augustus – Laura en ik zijn 9 jaar samen -, bezoeken we twee Aboriginal rock art sites, Ubirr en Nourlangie Rock. Muurschilderingen van dieren, van whities (met pet, boots en pijp) en van hun goden van heel erg lang geleden tot vandaag. (Ze schilderen en overschilderen nog.) Over de aboriginals, hun cultuur en hun relatie met de blanken moeten we nog eens een volledig artikeltje weiden, want dat is op z’n minst gezegd een verhaal apart. In landen als Amerika en ook hier in Australië hebben ze geen geschiedenis die eeuwen teruggaat zoals in Europa, dus als er dan toch iets te vertellen is over iets wat meer dan 200 jaar geleden is, doen ze dat met veel trots en vertoon. In de Amerikaanse parken was het constant geleuter over Indianen, hier constant over Aboriginals. Het moet gezegd dat die rock art sites natuurlijk wel impressionant zijn, en mooi gekozen qua locatie. Op de rotskammen hebben we uitzicht over de wetlands en stukjes regenwoud.

Tussen de twee rock art sites in bezoeken we ook Cahill’s Crossing, een oversteek over de East Alligator River naar Arnhem land. Dat is een gigantisch groot reserve van Aboriginals. Je komt er niet in zonder permit, ook al ben je een Australiër. Aan de oversteek spotten we onze eerste krokodillen. Drie gigantische salties. En ondertussen trakteren we onszelf op een pot ijs. Eindelijk eens iets eten of drinken van onder de 20 graden, want een frigobox blijft niet vanzelf een week koud.

Dag drie in Kakadu begint met een bezoek aan Yellow Waters. Van hier vertrekken verschillende wildlife cruises op de wetlands, maar wij houden het bij een wandeling over het water, jezus-style. We wandelen er op een pad boven het water en spotten massa’s vogels en vissen. De rijkdom van de wetlands begint tot ons door te dringen.
Op de terugweg springen we even binnen in het Aboriginal Cultural Centre waar geschiedenis en gebruiken worden uitgelegd in een gebouw dat de vormt heeft van een longneck turtle. Ze hebben hier iets met gebouwen in de vorm van dieren, want de Holiday Inn van het park, in Jabiru, heeft de vorm van een krokodil. Je moet het zien om het te geloven.

Rond de middag nemen we opnieuw een 4WD track naar de gorge van Maguk. De watervallen en omringende rotsen zijn hoog en ferm de moeite. Het water is kristalhelder en ideaal om in te zwemmen. We zitten echter in een Crocodile Monitoring Area, wat wil zeggen: “er zijn vallen geplaatst, en als we er zien vangen of doden we ze, maar het is al geweten dat er crocs toch door de mazen van het net glippen”. Jurriaan waagt het er op, Laura blijft aan de kant plonzen. Kies zelf wie de dommerik is.

Met een volledige tank (90l) er bijna doorgejaagd in Kakadu moeten we terugkeren naar Cooinda bij Yellow Waters om bij te vullen, want het plan is om via de Old Jim Jim Road door te steken naar Darwin. Deze 100 km lange 4WD only track is een shortcut terug naar Darwin. We slaan wat raad in bij een Park Ranger (staat van de weg en nood aan safari snorkel), en vertrekken. De South Alligator River rijden we door, en 2 uur verderop slaan we een zijweggetje in en vinden we een plek om te slapen. We zijn 50 km weg van asfalt, 100 km weg van iets met bakstenen. Dit moet dan de middle of nowhere zijn.
Of toch voorlopig. We zijn nog maar een kleine 4 weken in Australië. We probably ain’t seen nothing yet.

Foto's

Voeg hier een foto toe door je Flickr-foto te taggen met "noworries_kakadu-national-park"

Reacties

  1. jaklien
    Reactie van August 26, 2010 op 11:50 am | #

    dag lieverds

    het is ‘mee’ genieten door jullie verslag, door de foto’s, door de mails.Een land om te paard te doorkruisen, Katmandu zal er al wat te oud voor zijn.

  2. roos
    Reactie van August 27, 2010 op 12:51 am | #

    Zo langzamerhand begin ik het niet zo’n slecht idee te vinden dat jullie die berichten pas posten nadat jullie veilig en wel terug zijn van een “oerwoudavontuur”…