Eigenlijk hebben we in Kununurra helemaal niets verloren, dus we besluiten onze pitstop net voor the Gibb River Road te houden in Wyndham, de officiële start van de weg die voor de volgende week op ons programma staat. De Gibb River Road is een 600 km lange dirt road doorheen de Kimberleys, “Australia’s Last Frontier”, 4WD only.
Een stad kan je Wyndham niet echt noemen, maar ze voorziet ons wel weer van wat voedsel in blik. We tanken alles nog eens vol (i.e. 155 liter die we inclusief jerry cans kunnen meesleuren) aan een verbazend goedkoop tankstation. Wat we uitsparen door niet op de Gibb River Road zelf te tanken, souperen we op aan een duur brood: 5 AUD. We vinden ook een oplossing voor de compressor; we kopen een aparte drukmeter en testen het aflaten en oppompen van de banden. All set!
Aan de spectaculaire Five Rivers Lookout even buiten de stad worden we tijdens het avondeten bedolven onder tips voor Western Australia van een Duits koppel dat net van de Gibb komt.
Net voor we vertrekken krijgen we zo nog een tip; de Karinjie Track. Deze 4WD track vertrekt vanuit Wyndham en gaat naar de Pentecost Crossing, waar ze de Gibb River Road ontmoet. Het is een shortcut in afstand, maar niet in tijd.
Het is echter een super tip, want de 4WD track is zwaar de maks. We rijden over opgedroogde mudflats: biljartvlak. We passeren aan een Boab Prison Tree: een boom als gevangenis, de tijden waren ooit anders. (Bijkomend voordeel: Laura past er perfect in.) We rijden ons vast in droog zand: even in 4L zetten en opgelost. We moeten enkele gates van cattle stations openen en laveren tussen kuddes koeien. En we spotten een viertal pelikanen, wat een indrukwekkende vogels!
Aan de Pentecost Crossing picknicken we en zijn we beland op de legendarische Gibb River Road. Het is al snel duidelijk dat de Gibb best wel een deftige weg is. De weg is breed en redelijk rechtdoor. We kunnen er vaak 80 km/u rijden, maar wagen ons – in tegenstelling tot enkele anderen – niet aan meer want een creek crossing aan 80 km/u of een plots opduikende een rotspartij overhobbelen aan 80 km/u is een slecht idee.
We gunnen onszelf en de auto een pauze aan Ellenbrae, het ‘huisje’ van een Hollands koppel die 40 jaar geleden Eindhoven inruilden voor de iets woestere Kimberleys. We laden er onszelf wat op met een Cola – aaah suiker!! – en een Ginger Beer – mjammie, dat hebben ze in België niet!
Ook de beesten komen er graag wat vertoeven precies, want het zit er vol vogeltjes, er loopt een varaan over het grasperkje en een tree snake komt van het water smullen dat mevrouw over de planten sproeit.
We overnachten op een rest area iets voorbij de splitsing met de Kalumburu Road. Deze weg leidt naar Kalumburu, een afgelegen Aboriginal Community aan de Noordkust. Dat is echter niet onze bestemming, wij nemen de weg omdat die ons ook tot Mitchell River National Park brengt. Vooraleer we daar geraken moeten we echter nog 240 km overbruggen, en die laten zich niet makkelijk nemen, want sommige stukken zijn in heel slechte staat. We weten nu wat er bedoeld wordt met “heavily corrugated”. De wegen hier liggen er op vele plekken bij alsof het een golfplaat betreft, maar op de Kalumburu Road zijn de corrugations soms groter dan je banden, waardoor je hele wagen door elkaar wordt geschud. De enige manier om ze te nemen is aan een voldoende hoge snelheid, zodat je er wat over zweeft en niet elke schok voelt. Het is heel aandachtig rijden want je grip op de weg is beperkt. De lagere bandenspanning helpt, maar we moeten ook voldoende stops inplannen zodat de banden niet oververhitten. Een band die te warm heeft ontploft gewoon, daarvan zien we meermaals bewijzen.
De laatste 80 km voorbij de afslag ruilen we de corrugations in voor een kleinere en niet onderhouden weg. We gaan er nog trager vooruit, maar het is leuker rijden. “Are we there yet?” vraagt een bordje langs de kant van de weg … Niet dus.
We spotten nog iets wat op een papegaai lijkt: groen lijf, rode vleugels. Dat moet Flip van Jommeke geweest zijn. En iets verderop zien we nog een vogel met een overdreven grote staart. Ik had beter die Guide for Australia’s Birds meegetjoept van bij Ellenbrae.
We arriveren doodop aan de Mitchell Falls Campground. Ons haar staat recht van ‘t stof en ook onze hele inboedel in de wagen is bedolven onder een rode laag. We deden bijna een volledige dag over de tocht naar Mitchell River National Park.

Reacties
Machtugh!