Start
Reisverslagen
New Zealand
Coromandel Peninsula

Fletcher Bay

Coromandel Peninsula

Onze eerste ontmoeting met een echte Kiwi, obligatoire gesprekjes aan kassa’s en balies niet meegerekend, is op een camping van het DOC (Nieuw-Zeelands equivalent voor het DEC in Australië) in het Coromandel Forest Park. Een Nieuw-Zeelandse weirdo oreert over de vaderlandse vlag, waarna hij vlotjes overgaat naar de ‘spiritual darkness’ waarin de wereld zich bevindt, om te eindigen bij het complot van de Amerikaanse regering over de ramp met de Twin Towers. Voor hij over de in scène gezette maanlanding zou kunnen beginnen, muizen we er vanonder. Strange people.
Oh, en een raar accent ook. We zijn al wat gewoon als het over half verstaanbaar gemompel in vreemde dialecten van het Engels gaat (en mens komt wat tegen in de Outback), maar als ze ons vragen of we een tint bij hebben, en of we de wibsite hebben gechicked, staan we toch wel weer even te kijken. Elke “e” klinkt uit de mond van een Kiwi als een “i”, en vaak klinken de “i’s” dan weer als “u’s”.

Maar genoeg kommer en kwel; bij het zien van een blauwe lucht en enkele bescheiden zonnestraaltjes op onze eerste ochtend op de Coromandel Peninsula zijn we al snel weer goed op dreef. Na al het rijden is vooral Laura toe aan wat beweging en maken we een wandeling in het Forest Park langs veel varens en palmboom-achtigen, de heuvel op naar een tweede, indrukwekkend grote, kauri boom. Het stond er hier vroeger vol van, nu is het enkele kilometers stappen om er nog eentje terug te vinden.

Na de wandeling rijden we verder naar de noordelijkste punt van het schiereiland, de weg flankeert de hele tijd de oceaan. De tip van het schiereiland wordt steeds meer bergachtig, zodat we soms hoog in de lucht naast een diepe afgrond naar de zee rijden. Vaak is de weg geflankeerd door immens mooie bomen met de onuitspreekbare en ononthoudbare naam Pohukatawa, een soort bomen die enkel hier voorkomt. De soort blijkt ook een Kiwi-favoriet, want veel aangelegde tuinen en parken hebben minstens één van deze charmante bomen, die bovendien in deze periode – het is zomer, nietwaar – in bloei staan met felrode bloemen.
De weg stopt aan Fletcher Bay, waar we een lekker warme en zalig zonnige dag afsluiten met een duik in de Pacific Ocean. Dat het zwemmen bemoeilijkt wordt door de stevige, hoge golven maakt het er alleen maar plezanter op.
We slapen vlak aan het strand, waar onze avond nog opgevrolijkt wordt door een jong koppel dat er meer dan een half uur over doet om dé geschikte plaats voor hun tent te zoeken, waarna ze een half uur bezig zijn om die op dé ideale manier recht te zetten en alle haringen in te kloppen en ook nog de auto heen en weer blijven manoeuvreren tot het volgens de man ab-so-luut ideaal is. De volgende ochtend is er een discussie over hoe de tent op te vouwen, want alhoewel men zou kunnen vermoeden dat ze na zoveel overpeinzingen en moeite toch op z’n minst twee nachten zouden blijven, kuisen ze hun schup al af.
Wij wagen ons aan een stukje Coromandel Coastal Walkway, een wandeling van 11 km one-way. We wandelen door de heuvels met schitterende zichten op de baaien tot Pooley Bay. Van zodra de wind aan land komt vormen er zich lichte wolken zodat we letterlijk met ons hoofd in de wolken lopen. Boven zee blijft het blauw.

Aan de Oostelijke kant van de Coromandel Peninsula liggen Hot Water Beach en Cathedral Cove, de toeristische hot spots van de regio. De rit er naartoe neemt nog de hele namiddag in beslag maar is alweer heerlijk. Op een week Nieuw-Zeeland hebben we al meer bochten genomen dan in heel onze tijd in Australië. Het is constant klimmen en dalen en laveren tussen heuveltjes en bergen, en onderweg alles groen. Is het niet het grasgroen van de duizenden schapenvelden dan zijn het de eindeloze schakeringen van de bossen.
Voor de wandeling naar Cathedral Cove halen we onze snorkel gear nog eens boven. In Northland hebben we spijtig genoeg al verschillende snorkelplekjes aan ons moeten laten voorbijgaan, maar op deze mooie dag zal het geen waar zijn! Verschillende infobordjes en boeien geven aan wat we waar kunnen zien. Of zouden moeten zien, want Laura spot slechts twee vissen, zeegras en een enkele zwarte rog. Jurriaan zat ondertussen alweer te bekomen van het ijskoude water. Teleurstellend weinig te zien dus. We houden ons in om vergelijkingen met Ningaloo Reef boven te halen.
Door verder te wandelen naar Cathedral Cove warmen we weer op, en we laveren tussen de vele Europese toeristen die het hier down under duidelijk nog niet gewoon zijn om links te stappen in plaats van rechts. We horen een Kiwi-vader tegen zijn gezin zeggen: “stap hier maar rechts, het zit hier vol toeristen”. Toeristen zijn trouwens ook vaak te herkennen aan hun ongelukkige blik. Een fenomeen dat we al waarnamen bij andere grote toeristische attracties. Zijn mensen dan niet blij als ze op reis zijn?
Cathedral Cove zelf is een ‘arch’ gelegen aan een mooi parelwit strand en een staalblauwe oceaan. De grote hoeveelheid roodverbrande toeristen maakt dat we er niet te lang blijven plakken en terugkeren. We slaan nog een zijweggetje in naar Stingray Bay, een veel rustigere en mooiere baai vlakbij. Laura waagt opnieuw haar kans met de snorkel maar druipt alweer snel af: hier is het de sterke stroming die het moeilijk maakt om zonder zwemvliezen veilig en comfortabel te snorkelen. Het meewiegende zeegras maakt Laura zelfs misselijk.

In de namiddag volgen we, netjes op tijd voor laagtij, de horde toeristen richting Hot Water Beach. Aan dit strand kan je als de zee laag staat je eigen hot pool graven. Een warme laag steen, afgekoelde lava, zorgt dat er uit het zand verschillende stroompjes opborrelen met water tot 65°C. We zijn uiteraard niet de enigen die dit een aantrekkelijk idee vinden, dus het is wat zoeken naar een goeie plaats om met onze van de camping geleende schop een badje te graven. Maar, wie zoekt, die vindt! Het is een echte uitdaging om ons bad te maken: de golven zijn behoorlijk onvoorspelbaar en spoelen verschillende keren onze constructie weg, waardoor ons badje weer afkoelt. Er hangt een plezante sfeer en we amuseren ons tussen al het andere volk.
Uiteindelijk geven we de strijd me het binnenkomend tij op en gaan we nog wat tegen de twee à drie meter hoge golven beuken. Dikke fun! Wel na elke golf checken of de bikini en zwemshort nog alles naar behoren bedekken, want ‘t zijn geen golfjes om mee te lachen.

Voor de avond valt rijden we nog enkele uren richting ‘The Bay of Plenty’, want – mede dankzij het slechte weer, en de daardoor snellere passage door Northland, hebben we voor morgen nog iets extra’s en iets leuks gepland …

Foto's

Voeg hier een foto toe door je Flickr-foto te taggen met "noworries_coromandel-peninsula"

Reacties