Ons valt het niet meer zo op, maar nu ons team is versterkt met een vogelspotter worden we er op gewezen hoe anders de vogelgeluiden hier in Nieuw-Zeeland zijn. Anders dan thuis, uiteraard, maar ook anders dan in Sydney. Eén van mama’s eerste aankopen is dan ook een determineergids met een selectie Nieuw-Zeelandse vogels. Ook de grote bomen en het feit dat beestjes hier amper schrik van mensen lijken te hebben, verbaast onze natuurleerkracht. Het arrostiment, atrossiment, amortissent, amo, aro, asso, as-sor-ti-ment (Isaï breekt er zijn tong over) aan kampeermateriaal moet nog even bijgestuurd worden voor de nieuwe teamleden, maar daarna kunnen we Auckland achter ons laten en rijden we naar Rotten Egg City: Rotorua.
De streek rond Rotorua is het meest actieve vulkanische gebied van Nieuw-Zeeland. Ten zuiden van White Island, en ten noorden van Mount Ruapehu zijn verschillende valleien waar geisers water en/of stoom de lucht in blazen, waar modder staat te pruttelen en waar meertjes rare kleuren hebben.
Zo heeft het stadspark van Rotorua naast mooi aangelegde grasgroene perkjes en bankjes ook een tiental modderpoelen en vijvertjes die stinken naar de zwaveldampen. Als je een idyllische picknick in het park plant, moet je er dus de indringende geur bijnemen.
De vulkanische vallei die we bezoeken heet Wai-O-Tapu. Er toekomen heeft wat weg van een dagje Walibi; je wordt naar een parkeerplaats gewezen, je staat aan te schuiven voor tickets, je krijgt een foldertje en uitleg over de attracties, en dan begin je aan je trip doorheen het park. We wandelen eerst een openluchttheater binnen, met verschillende rijen banken rondom een podium. Het decor is echter geen zwembad voor dolfijnenkunstjes, noch een circusring voor leeuwen, noch Kabouter Plop z’n paddestoel, maar een hoopje steen. De show begint om exact kwart na tien, wanneer iemand van het park een zakje zeep tussen de hoop stenen laat vallen. Onder de grond hier zit een enorm grote hoeveelheid water. De helft ervan is koud, de andere helft opgewarmd door de geothermische energie in dit gebied. De zeep zorgt ervoor dat de oppervlaktespanning tussen de twee waterlagen daalt en het geheel zich mengt, waardoor de hoop stenen verandert in een water spuitende geiser. De rol van de zeep is het “uitbarsten” van de geiser beter te timen, zodat iedereen het spektakel te zien krijgt. Zonder zeep zou deze geiser, de hoogste van NZ en Lady Knox gedoopt, ook uitbarsten, maar minder voorspelbaar, en waarschijnlijk ook wel ietsje minder hevig. De Kiwi’s zullen vast en zeker wel wat extra zeep gebruiken, en de stenen rond de geiser ietsje beter positioneren zodat het geheel wat spectaculairder oogt.
De geiser spuit soms tot 20 meter hoog, voor ons houdt ze het vandaag enkele minuten uit op 15 meter. Daarna spuit ze nog een dik half uur verder tot net onder de 10 meter. Als het gros van het volk is vertrokken laten wij nog een hele tijd het water van de geiser in ons gezicht waaien.
De wandeling door het “Wai-O-Tapu Thermal Wonderland” brengt ons verder nog langs allerlei duivelse plekken; Devil’s Crater, een krater gevormd door een stoom spuitende geiser. Devil’s Bath, ook zo’n krater, gevuld met regenwater waardoor er modder staat in te pruttelen. Devil’s Ink Pots, gelijkaardige modderpoelen, maar waar je zwarte olie ziet op drijven door de in de grond aanwezig steenkool. Devil’s Kitchen, een groter meer dat afhankelijk van het licht en de wolken fluo-geel dan weer fluo-groen is.
De kleuren van de meren zijn enorm fel. Afhankelijk van welk mineraal overheersend is opgelost in het water zien we groen, rood, bruin, grijs, geel of zwart. De watertemperatuur van de kratermeren gaat soms tot bijna het kookpunt. Eén van de kraters is daardoor een uitverkoren plek geworden voor vogels om hun eieren te broeden. Als de warme stoom de eieren warm houdt, is dat minder werk voor de luie ouders. Een ander meer loopt vol steltvogels, die blijkbaar geen probleem hebben met de gigantische hoeveelheden mineralen in het water. In tegenstelling tot vissen, die zie je hier niet.
De wandeling door het park is niet zo lang, maar toch zien we erg veel verschillende en verbazende gevolgen van de vulkanische activiteit hier. Het meest nog staan we te kijken van de Champagne Pool, een meer van een twintigtal meter doorsnede, maar verschillende malen zo diep. Het groene water is erg heet zodat er een constante damp boven het meer in de wind staat te dansen. De randen van het meer zijn fel oranjerood en de grond er rond is zwartgrijs. Het contrast is scherp en het resultaat erg mooi.
Of hoe geologie dan toch nog boeiend blijkt te zijn …

Reacties
http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20110315_156 De vijf meest stinkende reisbestemmingen ter wereld