Aoraki/Mt Cook

Aoraki/Mt Cook

De rit naar Nieuw-Zeelands’ hoogste top, Aoraki/Mount Cook, is één van de mooiste van onze road trip. (En dat tussen al die andere pareltjes!) We rijden langs fel blauwgroene meren met in de verte zicht op majestueuze bergen met besneeuwde toppen – cruisin’.
We zetten ons kamp op aan het einde van de weg, aan de voet van enkele drieduizenders. Er hangt een zeer lokaal buitje, na een nochtans volledig zonnige rit. De wolken die over de hoogste toppen van het land komen gekropen, moeten na hun inspanning en afdaling richting de vallei (waar wij zitten) toch nog even wat vocht kwijt zodat het hier regent, maar enkele honderden meters verder al niet meer. Een bijzonder microklimaat. Maar geen nood, al snel krijgt de zon weer de bovenhand zodat we de rest van de dag zalig liggen te zonnen met de Humo’s die ons bezoek uit België mee had. We lezen over ‘De allerslimste mens’, interviews over de politieke malaise in België, de antwoorden op de eindejaarsvraagjes en ander nieuws dat Vlamingen interessant lijken te vinden. Niet zelden bedenken we hoe onnozel en relatief dat allemaal lijkt als je er van op 14000 km afstand naar kijkt. Een lange reis is in die zin een schitterende ervaring dat je de dingen eens in een ander perspectief ziet.
Net voor zonsondergang kunnen we onszelf aansporen tot een mini-wandelingetje naar een monument ter ere van de slachtoffers die Mount Cook geëist heeft, en dat zijn er niet weinig. Elk jaar zijn er een stuk of vier klimmers die de niet te onderschatten berg niet overleven. Hij wordt beschouwd als één van de moeilijkste ter wereld, ook al reikt hij ‘maar’ 3800 meter hoog. Vanaf het monument is er een schitterend zicht op de top die weggelopen lijkt uit een Mövenpick reclame. Aoraki/Mount Cook torent inderdaad boven de anderen uit, zien we als de wolken plaats maken voor blauwe lucht.

De volgende dag starten onze Engelse buren gezwind aan één van de langere wandelingen. Wij doen het iets kalmer aan; we ruilen van Humo en lezen verder. Sneller dan verwacht is het alweer avond, en dus – helaas pindakaas – te laat om te beginnen wandelen. Af en toe zien en horen we gedonder, en na enkele minuten staren naar de hangende gletsjers zien we dat dat het gevolg is van vallend ijs. Af en toe zorgen kleine lawine’s in de berg boven ons voor een spectaculair zicht. Mount Cook baadt vanavond in een roos avondlicht.

Onze ambities om te wandelen, al zijn ze dan uitgesteld, worden gefnuikt door de weergoden beslissen: regen, regen, regen. We zoeken beschutting in de shelter in het gezelschap van een Fransoos hippiekoppel waarvan de man duidelijk zijn kalmerende medicatie al minstens een week niet meer heeft genomen.
Omdat schuilen in een hutje niet eindeloos plezant is, reppen we ons richting het Visitor Centre van de streek met enorm veel informatie over bergbeklimmen, en uiteraard een groot hoofdstuk over Mr. Hillary, de Nieuw-Zeelandse held die als eerste man op de top van de Mount Everest stond. De Southern Alps waar Mount Cook deel van uitmaakt was zijn oefenterrein. De regen is al wat geminderd zodat we een wandeling naar de Tasman Glacier en bijhorend gletsjermeer kunnen maken. We zien een meer met enkele grote drijvende ijsblokken, gehuld in een dichte mist. Hier en daar is er een opklaring, dan trekt het weer dicht.
Naast onze antropologische observaties vergapen we ons ook opnieuw aan het Mt Cook microklimaat: regen en wind aan de camping en dus ook de wandelingen, in de verte boven het meer een strakke blauwe hemel en een stralend zonnetje. Met wandelschoenen en kw’tjen wandelen we naar Kea Point waar we uitzicht hebben op de plek waar twee gletsjers samenkwamen en laterale morenes hebben achtergelaten. Boven de het grijsgroene gletsjerwater en de grijze rotsblokken hangen spelen regensluiers, mist en zon met elkaar. We wandelen even één van de valleien in, Hooker Valley, over hangbruggen en langs rotsblokken. Na een week in het blijde gezelschap van een darmvirus zijn mijn benen echter nog slappekes dus keren we na de tweede hangbrug terug, om door te rijden richting Lake Tekapo. We bezoeken de Church of the Good Shepherd, een alleenstaand kerkje net aan de rand van het meer, en bijgevolg pittoresk.

Foto's

Voeg hier een foto toe door je Flickr-foto te taggen met "noworries_aorakimt-cook"

Reacties

  1. roos
    Reactie van March 6, 2011 op 7:44 pm | #

    “Niet zelden bedenken we hoe onnozel en relatief dat allemaal lijkt als je er van op 14000 km afstand naar kijkt.” Dat is zo waar! Zelfs na een niet zo’n lange reis.