We zijn in Vientiane, de hoofdstad van Laos, en vragen ons af of we op dit uur van de dag – het is al na de middag – nog een bezoek kunnen brengen aan de morning market. Geen probleem; de marktgebouwen zijn nog steeds volgestouwd met eighties kleren en goedkope elektronica. We laten de fake iPhones links liggen en nemen al snel de bus verder richting zuiden, naar Ban Na Hin. Ik verlekker me op de knappe busbegeleider. Want na tien dagen Azië, en aldus een schrijnend gebrek aan knappe mannen (metgezel uitgezonderd), ben ik naarstig op zoek naar mannelijk schoon. Ik blijk echter redelijk wanhopig te zijn – of zo beweert Jurriaan toch; volgens Jurriaan is het ne schelen otter. Makkelijk praten, met al die knappe vrouwen hier.
De busreis is deze keer meer volgens Aziatische standaarden: een vuile en rammelende bus die maar traag vooruit kruipt omdat de chauffeur werkelijk overal stopt. Thaïse karaoke en een plastiek zakje met levende kuikentjes op de zetel naast ons, houden er de sfeer in.
Na onze mislukte met-de-bus-naar-Vang-Vieng-ervaring herhalen we de chauffeur tot vervelens toe waar wij willen afstappen; mét resultaat. We stappen over in een ander busje, dat ons na ruim een uur aan onze uiteindelijke bestemming afzet: Ban Na Hin.
Na wat rond strompelen doorheen het kleine Ban Na Hin, belanden we in een voor ons ongezien chique guesthouse. Geen houten plank met een deken als matras maar een echt en comfortabel bed. (En lekker dikke kussens en een geweldig donsdeken.) Dit heerlijke comfort, voor een kleine 8 euro, is welgekomen na een hele dag bus … We bekomen van de rit met kitcherige karaoke en Thaïse feuilletons op tv; acting like locals. We laten het ons welgevallen en houden de volgende ochtend een sleep-in: genieten van de warmte terwijl buiten grijze regenwolken domineren. Ons ontbijt is koude, naar chieken-smakende thee en droog brood met wat watermeloen; het resultaat van 10 minuten sukkelen in kaduuk Engels en nog kaduker Laotiaans. Later op de dag informeren we ons in de toeristische dienst over een trip naar de Kong Lo grotten, de reden van ons bezoek aan dit dorp.
Ondanks een zwaar op de maag liggende banana pancake, schieten we de volgende dag sneller uit de startblokken. En dat heeft alles te maken met de scooter die we huren. In ware Johnny-en-Marina-style tsjeezen we zo’n 40 km voorbij kleine dorpjes met enthousiast zwaaiende kindjes richting the Kong Lo Caves.
Aan de Caves zelf heisen ze ons in fluoroze reddingsvesten. In een gemotoriseerde kano en met twee gidsen varen we de 7,5 kilometer lange grotten binnen. Af en toe stappen we eens uit om stalagtieten- en mieten te bekijken, omdat het water te ondiep is, of omdat we een klein watervalletje moeten overwinnen. Het is een adembenemende tocht, vooral omdat de Kong Lo Cave zo geweldig groot is! Er lijkt geen einde te komen aan de tocht onder de grot.
Het middageten is alweer een ware onderneming door de taalbarrière. Gebarentaal en tekens helpen niet, zodat ze er de expert Engels van het dorp moeten bijhalen. Die blijkt ook niet echt zo gespecialiseerd in de taal, maar we kunnen hem op z’n minst duidelijk maken dat we geen vlees of vis moeten hebben. Jammer dat onze kennis van het Laotiaans nog steeds niet verder reikt dan “khob chai”, “dank u”.
De kindjes die er rond lopen zijn allerschattigst, de jongen haalt zijn beste rekenkunsten boven om uit te rekenen hoeveel we hen moeten.
En dan weer richting Ban Na Hin, waar we nog wat van Little Britain doen en uit pure luiheid en snakkend naar Westers voedsel een mango en elk een pakje chips als avondeten eten.

Reacties
‘ne schelen otter’ kan ook de reactie zijn van een jaloerse metgezel
‘ne schelen otter’ kan ook de reactie zijn van een jaloerse metgezel
Ik moet bij deze wel ootmoedig toegeven dat het inderdaad niet moeders mooiste was; al was het na enkele weken Azië wel een topper.
Ik moet bij deze wel ootmoedig toegeven dat het inderdaad niet moeders mooiste was; al was het na enkele weken Azië wel een topper.